Zodra de beloproepextensie is geïnstalleerd, moeten er nog enkele parameters worden geconfigureerd in CareConnect into.care. Pas nadat deze instellingen zijn gedaan kunt u de reden voor oproepen in de applicatie invullen. In dit artikel vindt u terug hoe u de beloproep-toestellen aan de kamers kunt koppelen.
Open het CareConnect into.care portaal. Ga naar instellingen en vervolgens naar Beloproepkoppeling.
In dit scherm vindt u links een lijst met kamers, gesorteerd per afdeling.
Kamers met een gekoppeld beloproep-toestel zijn gemarkeerd met een link-icoontje.
Een toestel koppelen
Klik op de knop Toestellen Koppelen. Hiermee opent u een nieuw scherm.
In dit scherm kunt u per beloproep-toestel een kamer toewijzen.
Selecteer het toestel uit de lijst.
Kies de kamer waaraan het toestel gekoppeld moet worden.
Bevestig de koppeling om de wijzigingen op te slaan
Een toestel loskoppelen
Selecteer de kamer waarvan u het toestel wilt loskoppelen.
Klik op de knop Loskoppelen aan de rechterkant. Het toestel wordt nu ontkoppeld van de kamer.
Volg deze stappen telkens wanneer u een toestel wilt koppelen of ontkoppelen. U kunt een beloproep-toestel niet aan meer dan één kamer koppelen. Voor verdere vragen of ondersteuning kunt u contact opnemen met de helpdesk.
