Naar de hoofdinhoud

B2B cloud

H
Geschreven door Hugues Florquin

🔗 Source article (Salesforce): Click here


1. Toegang tot de module

In de knoppenbalk op de homepagina van CareConnect Pharmacist staat het icoontje om de B2B module te openen.

[ IMAGE: rtaImage ]

Standaard komt u op het tabblad Toedieningsschema terecht.

[ IMAGE: rtaImage ]

2. Gegevensbron

De informatie die hier wordt weergegeven, is afkomstig uit twee bronnen:

  • De verwerkte therapielink-bestanden, opgemaakt door het rusthuis en die reeds geïmporteerd zijn in CareConnect Pharmacist.

  • De producties op basis van medicatieschema’s, beheerd door de apotheek.

Parameter 257 in CareConnect Pharmacist bepaalt of de gegevens geëxporteerd worden naar de Cloud.

[ IMAGE: parameter 257.png ]

[ IMAGE: rtaImage ]

Indien uw werkwijze afwijkt van de standaard werkwijze, dient u dit te bekijken met een Product Specialist van Corilus Pharma.

[ IMAGE: toedieningsschema.png ]

3.1.1. Algemeen

Standaard zal de laatste instelling waarvoor het bestand werd verwerkt in de cloud, geselecteerd zijn. Voor deze instelling is de lijst van patiënten zichtbaar..

Om een andere instelling te visualiseren, kiest u bovenaan naast Selecteer instelling de gewenste instelling.

[ IMAGE: selecteer instelling.png ]

Standaard staan in deze lijst alle patiënten die in de instelling aanwezig zijn.

Van elke patiënt wordt de volgende informatie weergegeven:

  • Naam

  • Geslacht

  • Geboortedatum

  • Departement: Dit is gebaseerd op de 'Locatie 2' waarde uit de therapiefile.

  • Type bed: normaal of kortverblijf. Dit is een optioneel veld en zal leeg blijven als het leeg is in de therapiefiles.

  • Patiënt unidosis: IMV of niet IMV. Dit is een flag op patiënt niveau en is een optioneel veld. Het blijft leeg als het ook in de therapiefile leeg is.

Een klik op de naam van de patiënt, opent zijn Toedieningsschema.

Er is een optie om de lijst van de patiënten te filteren.

3.1.2. Status van de patiënt

Een patiënt uit een zorginstelling kan 3 mogelijke statussen hebben:

  • Nieuw: het is de eerste keer dat de patiënt in de therapiefile voor deze instelling aanwezig is.

[ IMAGE: rtaImage ]

  • Afwezig: deze status wordt toegekend wanneer de patiënt 2 of meer keren niet in de therapiefile van de instelling staat.

[ IMAGE: rtaImage ]

Wanneer u met de muis over de status van de patiënt beweegt, ziet u de laatste productiedatum voor deze patiënt.

  • Geen specifieke status: in alle andere gevallen

3.1.3. Filter lijst van patiënten

Er zijn verschillende filters beschikbaar om de gewenste patiënten in de lijst weer te geven. Dit bereikt u door de filters op de juiste manier te combineren.

Om de lijst van patiënten te filteren, gaat u via de knop Filter.

[ IMAGE: rtaImage ]

Volgend kader opent:

[ IMAGE: patient filters.png ]

De verschillende filters zijn:

  • Status patiënt: Nieuw - Afwezig - Geen specifieke status. Standaard staan alle aanwezige patiënten (Nieuw en geen specifieke status) geselecteerd.

  • Geslacht: Man - Vrouw - Onbekend

  • Bed type: Kortverblijf - Normaal

  • Patiënt unidosis: IMV - Geen IMV - Onbekend

  • Geboortedatum: begin- en einddatum van de zoekopdracht ingeven

  • Locatie level:

  • Als de instelling de locatie van de patiënt doorgeeft, kan hier op gefilterd worden.

  • Indien u ervoor kies te filteren op een bepaald locatielevel, moet u de waarde van dit locatielevel kiezen.

  • Medicatie: vul de CNK of (een deel van) de naam van het geneesmiddel in

Als de filters ingesteld zijn zoals u wenst, klikt u op Toepassen.

Wilt u alle filters ineens terug zetten naar de beginwaarden, klikt u op de knop Reset filters.

[ IMAGE: rtaImage ]

De toegepaste filters worden ook boven de lijst weergegeven.

[ IMAGE: rtaImage ]

Hier kunt u ook de filters eenvoudig weghalen:

  • Individuele filers, door te klikken op het kruisje naast de naam van de filter.

  • Alle filters ineens, door te klikken op het kruisje aan het einde van de lijn, helemaal rechts.

3.2. Toedieningsschema - detail patiënt

Wanneer u in de patiëntenlijst klikt op de naam van een patiënt, opent zijn toedieningsschema. De toedieningen staan gegroepeerd volgens innamemoment.

Het toedieningsschema toont standaard de laatste 14 dagen voor de welke toedieningen gekend zijn. Bij een wekelijkse productie betekent dit in de praktijk dat zowel de huidige als de vorige productie getoond worden.

Dit maakt het eenvoudig om te vergelijken met de vorige periode. U kunt zien of er andere hoeveelheden zijn, of de productiewijze veranderd is, ...

3.2.1 Gestructureerde toedieningsmomenten

[ IMAGE: Gestructureerde toedieningen.png ]

Het tabblad gestructureerde toedieningsmomenten toont geneesmiddelen waarvoor in het geïmporteerde bestnd effectieve toedieningsmomenten (datum, uur, hoeveelheid) staan.

[ IMAGE: rtaImage ]

Per lijn ziet u:

  • Naam van het geneesmiddel

  • CNK

  • IMV of niet IMV

  • Hoeveelheid per innamemoment

Elk innamemoment is een lijn. De innamemomenten staan gegroepeerd per tijdstip.

Voorbeelden:

  • Geneesmiddel met 1 inname per dag, bijvoorbeeld 1x/dag om 8u => 1 lijn om 8u

  • Geneesmiddel met 2 innamemomenten per dag, bijvoorbeeld 2x1/Dag om 8u en om 18u => 1 lijn op elk van deze uren met de hoeveelheid op dat uur

Indien niet de volledige periode van 14 dagen zichtbaar is op uw scherm, kunt u met de pijltjes aan de linker- en rechterkant van de data de andere dagen bekijken.

[ IMAGE: pijltje datum.png ]

3.2.2. Andere medicatie

[ IMAGE: rtaImage ]

Het tabblad Andere medicatie toont medicatie zonder gekende toedieningen (Ad Hoc) en medicatie met toedieningsmomenten die niet in de gevisualiseerde periode vallen.

[ IMAGE: rtaImage ]

3.2.2.1. Medicatie zonder gekende toedieningen (Ad Hoc)

Geneesmiddelen die in het therapielink bestand opgenomen zijn zonder toedieningsmomenten krijgen de aanduiding Ad Hoc.

Bijvoorbeeld: een pijnstiller die op de kamer van de patiënt ligt

U ziet per lijn:

  • Naam van het geneesmiddel

  • CNK

  • Laatste aflevering: datum en uur

  • Dit is enkel zichtbaar indien de eHealth consent van de patiënt aanwezig is, aangezien dit gebaseerd is op het GFD. De volledige VOS-cluster wordt bekeken

  • Als de muis op

    [ IMAGE: rtaImage ]

    wordt geplaatst, ziet u de CNK en de naam van de laatst afgeleverde specialiteit. Zo kunt u ervoor zorgen dat er effectief Nurofen wordt afgeleverd als ibuprofen in de therapielink stond.

[ IMAGE: rtaImage ]

[ IMAGE: rtaImage ]

Als er voor de patiënt geen eHealth consent is, kan het GFD niet geraadpleegd worden. Als gebruiker wordt u hiervan op de hoogte gebracht.

[ IMAGE: rtaImage ]

3.2.2.2. Medicatie zonder toediening in de getoonde periode

Geneesmiddelen die in het therapielink bestand opgenomen zijn en waarvoor wel gestructureerde toedieningsmomenten bestaan, maar niet in de periode die momenteel gevisualiseerd wordt, vindt u in deze sectie.

Bijvoorbeeld: een geneesmiddel dat eenmaal per maand of eens per drie maanden wordt ingenomen.

U ziet per lijn:

  • Naam van het geneesmiddel

  • CNK

  • IMV of niet IMV

  • Laatste toediening: datum, uur en hoeveelheid

[ IMAGE: rtaImage ]

3.2.3. De weergegeven periode wijzigen

Standaard worden de laatste 14 dagen met gekende toedieningen getoond.

[ IMAGE: filter medicatie.png ]

Via de knop Filter kan u de weergegeven periode wijzigen. Hier kunt u de begin- en einddatum van de weer te geven periode invoeren. Vervolgens klikt u op toepassen.

Het is enkel mogelijk om een periode te kiezen waarvoor gegevens voor deze patiënt beschikbaar zijn, met een maximum van 6 maanden tegelijk.

[ IMAGE: rtaImage ]

3.3. Therapielink bestanden

[ IMAGE: therapielink bestanden.png ]

3.3.1. Algemeen

[ IMAGE: overzicht therapielink bestanden.png ]

Hier ziet u een lijst van alle geïmporteerde therapielink bestanden in de Cloud, 1 regel per bestand.

Van elk bestand kunt u volgende gegevens zien

  • Naam van de instelling

  • RIZIV nummer van de instelling

  • Datum en tijdstip van import

  • Toedieningsperiode

  • Status

  • Aantal patiënten

Standaard is deze lijst gesorteerd op importmoment, met de meest recente bovenaan.

U kunt de sortering van therapielink bestanden wijzigen dor een of meerdere keren op een kolomnaam te klikken.

3.3.2. Bestand verwijderen

Aan het einde van elke lijn hebt u de optie om het bestand te verwijderen. Door een klik op

[ IMAGE: rtaImage ]

, opent een kader waarin alle gegevens van het bestand vermeld worden. U dient expliciet aan te vinken dat u het bestand wilt verwijderen.

[ IMAGE: rtaImage ]

Het verwijderen van een bestand kan niet ongedaan gemaakt worden.

Het bestand wordt pas verwijderd indien er op verwijderen geklikt wordt.

[ IMAGE: rtaImage ]

[ IMAGE: rtaImage ]

Houd er rekening mee dat op deze manier alleen de gegevens uit de cloud worden verwijderd. Indien de productie ook elders geannuleerd moet worden, dient u dat daar zelf te doen.

3.4. Farmacologische analyse

[ IMAGE: farmacologische analyse.png ]

Via deze module kunt u een farmacologisch nazicht uitvoeren van de toedieningsschema's. Voor de geselecteerde patiënten wordt volgende medicatie meegenomen in de analyse:

  • Alle Ad Hoc medicatie momenteel aanwezig in het toedieningsschema

  • Medicatie met gekende toedieningsmomenten

  • Die minstens 1x aanwezig zijn in de laatste 6 maanden

  • Geen gekende einddatum hebben ('StopTreatment' datum meegedeeld door zorginstelling op datum in het verleden)

3.4.1. Algemeen

[ IMAGE: overzicht analyse toedieningsschema's.png ]

Hier ziet u een lijst van de reeds uitgevoerde analyses, gesorteerd volgens datum. U kunt de sortering van analyse bestanden wijzigen door een of meerdere keren op een kolomnaam te klikken.

Van elke analyse ziet u volgende gegevens:

  • Datum en tijdstip van de analyse

  • RIZIV nummer van de instelling

  • Naam van de instelling

  • Aantal patiënten

  • Resultaten

Aan het einde van elke lijn kunt u op het pijltje klikken om de geselecteerde criteria voor analyse te zien.

  • Type analyse

  • Minimum interactie niveau

  • Status interactie

[ IMAGE: detail analyse.png ]

Via een klik op

[ IMAGE: rtaImage ]

is het mogelijk om een analyse te verwijderen.

U krijgt steeds nog eens de vraag of u zeker bent dat u de analyse wenst te verwijderen.

[ IMAGE: rtaImage ]

De analyse wordt pas verwijderd indien er op verwijderen gekikt wordt.

3.4.2. Nieuwe analyse

Om een nieuwe analyse te starten, klikt u op de knop Nieuw.

[ IMAGE: Nieuwe analyse.png ]

Bij de Algemene parameters dient u eerst een instelling te selecteren.

[ IMAGE: Algemene parameters.png ]

Na de selectie van de instelling, klikt u op volgende.

Bij de Parameters analyse zijn er 3 criteria:

  • Interactietypes: standaard zijn zowel de geneesmiddelen interacties als de interacties met de voedingsstoffen aangevinkt.

  • Het minimum niveau van interactie: staat op het niveau dat ingesteld is bij de configuratie interacties (Dit kunt u wijzigen bij configuratie – Instellingen applicatie)

  • De status van de getoonde intracties: Nieuw – In behandeling – Behandeld. Nieuw en in behandeling zijn standaard geselecteerd.

[ IMAGE: Parameters analyse.png ]

U kunt zelf de gewenste criteria selecteren.

[ IMAGE: rtaImage ]

Tip: Als u voor het eerst een analyse voor een instelling uitvoert, adviseren we om het minimum interactie niveau relatief hoog in te stellen en als interactietype enkel de geneesmiddelen interacties te selecteren. Op die manier blijft de lijst met interacties overzichtelijk.

Door op start te klikken wordt de analyse gemaakt.

[ IMAGE: rtaImage ]

Na afronding van de gevraagde analyse, kunt u via de pop-up de analyse openen.

[ IMAGE: rtaImage ]

De analyse staat ook bovenaan de lijst van analyses.

3.4.3. Resultaten van de analyse

3.4.3.1. Algemeen

Aan de rechterkant staan alfabetisch de patiënten waarvoor interacties zijn gedetecteerd. Naast elke naam staat het aantal gedetecteerde interacties.

[ IMAGE: rtaImage ]

Om de interacties per patient te bekijken, klikt u op de naam van de patient. De interacties staan gegroepeerd op basis van interactieniveau, naast het interactieniveau ziet u het aantal gedetecteerde interacties.

[ IMAGE: rtaImage ]

Per interactieniveau zijn de interacties gesorteerd volgens het interactietype: geneesmiddeleninteracties of interacties tussen geneesmiddelen en voedingsstoffen.

[ IMAGE: rtaImage ]

Met een klik op het interactietype opent de lijst van de interacties.

Voor elke interactie wordt volgende info getoond:

[ IMAGE: rtaImage ]

  1. Bron

  2. [ IMAGE: rtaImage ]

    = Medicatieschema

  3. [ IMAGE: rtaImage ]

    = Voedingsstof

  4. CNK van het geneesmiddel

  5. Naam van het geneesmiddel: als u met de muis op de naam staat, ziet u het actief bestanddeel

  6. Status van de interactie: Nieuw - In behandeling - Behandeld. Als u met de muis op de status staat, wordt de datum en tijdstip van de status getoond.

  7. [ IMAGE: rtaImage ]

    = uitgebreide informatie over de interactie, onderverdeeld onder monografie, interactiemelding, afhandeling en literatuur. Het is mogelijk om de informatie te printen.

  8. Details van de interactie: hier staat een beknopte infor over het farmacologisch effect, de afhandeling en de plausibiliteit

  9. Afhandeling interactie

3.4.3.2. Afhandeling interactie

Als u op Afhandeling interactie klikt, ziet u de knop Start.

[ IMAGE: rtaImage ]

Door te klikken op de knop Start, opent hetvolgende venster.

[ IMAGE: rtaImage ]

Bovenaan staan de 2 geneesmiddelen of het geneesmiddel en de voedingsstof van de interactie.

U kunt een nota toevoegen, met een maximum van 1000 tekens.

De status van de interactie staat automatisch op Nieuw. U kunt deze wijzigen naar In behandeling of Behandeld. Indien u kiest voor behandeld, moet u aangeven tot wanneer deze status van toepassing blijft. Standaard is dit ingesteld op de volgende aflevering. Indien u kiest voor een specifieke datum, dient u de datum in te vullen.

[ IMAGE: rtaImage ]

Om de gegevens te bewaren, klikt u op opslaan.

[ IMAGE: rtaImage ]

De status van de interactie wordt aangepast.

Bij afhandeling interactie wordt de nota weergegeven.

Indien bij behandeld een andere periode is geselecteerd dan ‘de volgende aflevering’ staat hier de datum vermeld tot wanneer de status behandeld van toepassing blijft.

Door op

[ IMAGE: rtaImage ]

naast Nota te klikken opent het scherm voor de behandeling van de interactie.

Was dit een antwoord op uw vraag?