Naar de hoofdinhoud

Farmaceutische Zorg

H
Geschreven door Hugues Florquin

🔗 Source article (Salesforce): Click here


De Farmaceutische Zorg is een module gericht op voortgezette farmaceutische zorg om de apotheker zowel dagelijks bij te staan als tijdens het uitvoeren van de medication review met de patiënt.

3. Functionaliteiten van de Farmaceutische Zorg module
3.1. Dossier van de patiënt
3.1.1. Patiënt Infocard
3.1.1.1. Patiënt gegevens
3.1.1.2. Status eServices
3.1.2. Meldingen
3.1.2.1. Ongeplande medicatie
3.1.2.2. Medication Dispense Rate
3.1.2.3. Overconsumptie
3.1.3. Overzicht medicatieschema

3.1.4. Interacties
3.1.5. Patiëntgegevens
3.1.5.1. Identificatie
3.1.5.2. Documenten

3.2. Medicatieschema
3.2.1. Algemene beschrijving
3.2.2. Extra funties
3.2.2.1. Frequentie

3.2.2.2. Medication Dispense rate
3.2.2.3. Gedetailleerde medicatie informatie
3.2.2.4. Externe bronnen
3.2.2.5. Zoeken in het medicatieschema
3.2.2.6. Filters
3.2.3. Medicatieschema afdrukken of downloaden
3.2.4. Medicatieschema delen
3.2.4.1. Patiënt
3.2.4.2. Zorgverlener
3.2.5. Interacties
3.2.5.1. Lijst van alle interacties
3.2.5.2. Detail van een interactie
3.2.5.3. Afdrukken van een detail van een interactie

3.3. Medicatienazicht
3.3.1. Algemene informatie
3.3.2. e-Form farmaflux
3.3.3. Informatie patiënt
3.3.3.1. Gegevens patiënt
3.3.3.2. Medicatieschema
3.3.3.3. Resultaten analytics
3.3.3.4. Interacties
3.3.3.5. Documenten


4. Tips & Tricks



Farmaceutische Zorg

1. Basisvereisten

Om toegang te hebben tot de Farmaceutische Zorg module dienen enkele basisvoorwaarden voldaan te zijn. Deze worden in deze sectie beschreven

1.1. Configuratie CareConnect Pharmacist

  • De geïnstalleerde versie van CCP moet minimaal 1.28 zijn

  • Een correcte API key moet geconfigureerd zijn om de verbinding tussen CCP en de module te beveiligen, deze configuratie wordt door Corilus uitgevoerd

  • Uw e-health certificaten moeten geüpload zijn naar de cloud om van de functionaliteiten gebruik te kunnen maken.

2. Toegang via CareConnect Pharmacist

2.1. Openen dossier van de patiënt

Indien aan alle basisvereisten is voldaan kan u de Farmaceutische Zorg module voor een patiënt openen vanuit CCP. Hiervoor gaat u in Aflevering naar de fiche van de patiënt en klikt u op de knop Farmaceutische Zorg.

[ IMAGE: image.png ]

Dit zal de module openen in een nieuw scherm en u meteen het dossier van de desbetreffende patiënt tonen.

[ IMAGE: rtaImage ]

2.2. Synchronisatie van gegevens


Omwille van de huidige hybride werkwijze tussen uw lokale installatie en de cloud omgeving, is een synchronisatie van de gegevens tussen beide nodig.

De authentieke bron voor alle gegevens is CareConnect Pharmacist aangezien u hier de voorschriften van de patiënten verwerkt, een posologie kan toevoegen, medicatie aan het schema kan toevoegen, etc.

Bij het openen van de Farmaceutische Zorg module - via een klik op de knop Pharma. zorg - zal dan ook op dat ogenblik de synchronisatie van volgende gegevens uitgevoerd worden:

[ IMAGE: image.png ]


- Algemene Patiënt gegevens:
Naam en voornaam
Taal
Geslacht
Geboortedatum
Rijksregister nummer (INSZ nummer)
Adres (de 1e lijn in de fiche van de patiënt)
Telefoonnummer (de 1e lijn in de fiche van de patiënt)
E-mail adres (de 1e lijn in de fiche van de patiënt)
Foto van de patiënt, afkomstig van de eID

- Pathologieën gelinkt aan de patiënt:

Alcoholisme, Astma, Borstvoeding, Contactlenzen, Depressie, Diabetes, Epilepsie, Fenylketonurie, Fotodermatose, Glaucoom met gesloten hoek, Glaucoom met open hoek, Glucose-6-fosfaatdehydrogenasedeficiëntie, Hartinsufficiëntie, Hypertensie, Leverinsufficiëntie, Maligne neurolepticasyndroom, Migraine, Multiple Sclerose, Nierinsufficiëntie, Obesitas, Osteoporose, Prostaathypertrofie, Roken, Ziekte van Alzheimer, Ziekte van Parkinson, Zwangerschap

Geen overgevoeligheden

- Medicatieschema van de patiënt:

Gelimiteerd tot de APB artikelen in het schema, andere artikelen worden niet mee gestuurd

Posologiegegevens van de artikelen:
Periodiciteit (chronisch, tijdelijk, indien nodig)
Frequentie
Posologie zoals in het schema aanwezig (gestructureerd of vrije tekst)
Indicatie

[ IMAGE: knowledge Aandacht.png ]

Elke andere wijze waarop u het dossier van de patiënt opent, zal mogelijks geen gebruik maken van de meest recente gegevens. Daarom raden we u aan om steeds via de knop in de fiche van de patiënt in CareConnect Pharmacist het dossier te openen.

2.3. Opslag van de gegevens in de cloud

De data van de patiënt worden op cloud niveau bewaard op tenant niveau. Dit wil zeggen:

  • Voor de individuele, zelfstandige apotheek: data blijft op niveau van apotheek

  • Voor apotheken in groepsverband: data van de patiënt worden gedeeld binnen de verschillende apotheken van de groep


3. Functionaliteiten van de Farmaceutische Zorg module

3.1. Dossier van de patiënt

Het dossier van de patiënt geeft in 1 oogopslag een overzicht over de therapie van de patiënt, en de mogelijke problemen. Deze kan u op regelmatig interval bekijken om het medicatieschema van de patiënt te optimaliseren.

3.1.1. Patient infocard

3.1.1.1. Patiënt gegevens

De patiënt infokaart geeft een samenvatting van de relevante patiënt informatie:


[ IMAGE: image.png ]


Op deze infokaart vind je volgende elementen:

[ IMAGE: 1.png ]

Identiteitsgegevens van de patiënt:

Foto van de patiënt of indien afwezig de initialen van de patiënt
Naam en voornaam
Geslacht
INSZ nummer en leeftijd
Adres
Telefoonnummer

[ IMAGE: 2.png ]

Zorgelementen:
Gelinkte pathologieën

[ IMAGE: 3.png ]

De knop voor starten van het Medicatienazicht (zie 3.3. Medicatienazicht)

3.1.1.2. Status eServices

[ IMAGE: 4.png ]

De status van de e-services van de patiënt (Helena account - E-health consent - Therapeutische link)Een klik op het icoon

[ IMAGE: image.png ]

zal je de nodige informatie geven.


[ IMAGE: image.png ]


Klik op het patiënt icoon

[ IMAGE: image.png ]

om deze extra informatie weer te verbergen.

De verschillende mogelijkheden hier zijn:


[ IMAGE: image.png ]


3.1.2. Meldingen

[ IMAGE: rtaImage ]



Dit gedeelte toont de resultaten van de verschillende berekeningen die worden uitgevoerd om de apotheker bij te staan in zijn zorgtaken voor de patiënt. Over het algemeen zijn deze gebaseerd op het medicatieschema en/of het gedeeld farmaceutisch dossier (GFD) van de patiënt

Het is dan ook nodig dat de patiënt zijn eHealth consent heeft gegeven en geen uitsluiting heeft toegevoegd voor uw apotheek om de verschillende berekeningen uit te kunnen voeren.

3.1.2.1. Ongeplande medicatie


Het tabblad ongeplande medicatie geeft een overzicht over de medicatie die aan de patiënt werd afgeleverd (op basis van het GFD), maar nog niet in het medicatieschema werden opgenomen.

[ IMAGE: rtaImage ]


Voor elk geneesmiddel ziet u:

  • de cnk en naam van het product

  • de datum en het uur waarop het voor het laatst afgeleverd geweest is.

Standaard zijn de resultaten alfabetisch gerangschikt maar u kan deze ook rangschikken op afleverdatum door op de desbetreffende kolomhoofding te klikken.

Om het aantal resultaten te beperken wordt de analyse uitgevoerd per cluster van geneesmiddelen. Zo zal u slechts 1 melding krijgen indien er verschillende geneesmiddelen van dezelfde cluster werden afgeleverd. Voor deze melding zal de informatie van het meest recent afgeleverde artikel worden weergegeven.

3.1.2.2. Medication Dispence Rate

Het tabblad medication dispense rate (MDR) geeft een overzicht van mogelijke problemen qua therapietrouw, gebaseerd op een vergelijking tussen de afgeleverde medicatie en de theoretisch benodigde hoeveelheid medicatie op basis van de posologie in het medicatieschema.


[ IMAGE: rtaImage ]

Berekening medication dispense rate

De berekening van de medication dispense rate (MDR) is onderhevig aan enkele voorwaarden:

  • Enkel voor chronische of tijdelijke medicatie

  • Enkel voor gestructureerde posologieën (opgelet: de galenische vorm moet correct ingevuld worden)

Voor de theoretisch benodigde hoeveelheid worden de hoeveelheden in functie van de gekende posologie opgeteld voor de gehele berekende periode.

Om de totaal afgeleverde hoeveelheid van een geneesmiddel te berekenen worden alle afleveringen van de VOS-cluster van het geneesmiddel in het GFD van de patiënt genomen. Zo worden eventuele wissels naar andere generieken, verschillende verpakkingsgrootten etc opgevangen.

De MDR geeft dan percentueel weer hoeveel % van de theoretisch benodigde hoeveelheid is gedekt door de totaal afgeleverde hoeveelheid.


Meldingen

Voor elk geneesmiddel waarvoor de berekende MDR lager is dan 80% zal een melding gegeven worden in het dossier van de patiënt. Standaard staan de meldingen gerangschikt volgens stijgend MDR % om zo de belangrijkste resultaten eerst te tonen.


Voor elk vermeld geneesmiddel ziet u:

  • de naam van het product

  • de periode gebruikt voor de berekening.

-Einddatum: altijd huidige datum
-Startdatum: startdatum van het geneesmiddel, afkomstig van de posologie. Indien de posologie startdatum verder dan een jaar geleden is, wordt de periode gelimiteerd tot de afgelopen 12 maanden.

  • Theoretisch benodigde hoeveelheid voor de gebruikte periode

  • MDR %

  • Een icoon voor classificatie:

[ IMAGE: image.png ]

Medication Dispense Rate tussen 60 % en 80 %

[ IMAGE: image.png ]

Medication Dispense Rate lager dan 60%


Door op dit icoon te klikken kan u een popup openen met daarin een detail van de berekening (zie hieronder)

Detail van de MDR voor een geneesmiddel

Het detailscherm geeft meer informatie over de gegevens die gebruikt worden voor de berekening van de MDR.

[ IMAGE: image.png ]


U vindt in dit scherm volgende informatie terug:

[ IMAGE: 1.png ]

Geneesmiddel waarvoor de berekening werd uitgevoerd

[ IMAGE: 2.png ]

Periode gebruikt voor de berekening

[ IMAGE: 3.png ]

MDR berekening:

-Grafische representatie van het resultaat
-Totale theoretische hoeveelheid
-Totaal afgeleverde hoeveelheid

[ IMAGE: 4.png ]

Tabel met afleveringen voor de cluster van het geneesmiddel waarvoor de berekening wordt uitgevoerd.

-CNK
-Totale afgeleverde hoeveelheid voor deze CNK
-Naam van het afgeleverde geneesmiddel
-Afleverdata

[ IMAGE: knowledge tip.png ]

U kan het afgeleverde percentage zien door met uw muis op het gekleurde deel van de grafiek te hoveren.

[ IMAGE: image.png ]

3.1.2.3. Dubbelmedicatie

Het tabblad dubbelmedicatie geeft een overzicht van de actieve bestanddelen die in meerdere specialiteiten die ingenomen worden, aanwezig zijn. De gegevens zijn gebaseerd op het GFD van de patiënt.

[ IMAGE: rtaImage ]

3.1.2.4. Overconsumptie

Het tabblad overconsumptie toont de geneesmiddelen voor dewelke de patient mogelijks teveel aankoopt in de apotheek. Deze informatie is volledig gebaseerd op het gedeeld farmaceutisch dossier (GFD) van de patiënt.

[ IMAGE: rtaImage ]


Berekening van de overconsumptie

Voor elk geneesmiddel in het GFD van de patiënt wordt de Daily Defined Dose (DDD) genomen. Deze wordt dan per ATC cluster opgeteld voor alle geneesmiddelen in dezelfde cluster.

Daarna wordt voor de periode van de berekening (startend op 1e dag dat een geneesmiddel van een cluster voorkomt in het GFD tot en met vandaag) gekeken of de som van de DDD meer of minder dan 2x van het normaal verbruik is. Een normaal verbruik is gedefinieerd als 1 DDD / dag

Voorbeeld:

  • Voor een periode van 50 dagen werden 60 DDD in totaal afgeleverd.

60/50 = 1.2 → Geen melding

  • Voor een periode van 50 dagen werden 120 DDD in totaal afgeleverd.

120/50 = 2.4 → Wel een melding

[ IMAGE: knowledge Aandacht.png ]

Enkel geneesmiddelen die aan een ATC-cluster behoren komen in aanmerkingen. Voor geneesmiddelen zonder ATC werd geen DDD gedefinieerd door de WHO (& APB)

Om te vermijden dat u voor elke eerste aflevering meteen een melding krijgt, komen enkel clusters waarbij er minstens 2 afleveringen zijn in aanmerking voor de berekening


Meldingen

Voor alle geneesmiddelen waarvan het verbruik (uitgedrukt in DDD) meer dan 2x het normale verbruik is voor een periode, wordt een melding weergegeven in het patiëntendossier. De resultaten worden getoond per cluster (per ATCgroep) en per cnk dit zorgt ervoor dat wanneer meerdere producten van dezelfde cluster afgeleverd werden, enkel de laatst afgeleverde zichtbaar is.


Voor elk vermeld geneesmiddel ziet u:

  • de naam van het product

  • de periode gebruikt voor de berekening.

-Einddatum: altijd huidige datum
-Startdatum: startdatum van het geneesmiddel, afkomstig van de posologie. Indien de posologie startdatum verder dan een jaar geleden is, wordt de periode gelimiteerd tot de afgelopen 12 maanden.

  • Totaal afgeleverde DDD voor de periode


[ IMAGE: knowledge tip.png ]

Wanneer je over de

[ IMAGE: image.png ]

hovert

[ IMAGE: image.png ]

zie je de naam en de code van de ATC klasse.

Door op een van de lijnen te klikken krijgt u een detail van de berekening te zien.

Detail overconsumptie

In dit scherm ziet u een lijst van alle specialiteiten die binnen deze ATC cluster werden afgeleverd. Per specialiteit ziet u volgende informatie:

[ IMAGE: image.png ]

de cnk, de naam en de afgeleverde DDD van het product binnen deze periode.

Door op de

[ IMAGE: image.png ]

naast de DDD te klikken, krijgt u een schema dat toont hoeveel DDD’s er wanneer in de laatste maanden werden afgeleverd:


[ IMAGE: image.png ]

Via de ‘x’ in de rechterbovenhoek van dit schema kan u dit terug sluiten.

3.1.3. Overzicht Medicatieschema


Het overzicht van het medicatieschema geeft een korte samenvatting van de medicatie die in het schema van de patiënt zit.

De geneesmiddelen staan in dit overzicht gerangschikt volgens de periodiciteit. Allereerst de chronische medicatie, vervolgens tijdelijke medicatie en ten slotte de indien nodig medicatie. Per periodiciteit staan de geneesmiddelen op alfabetische volgorde.

[ IMAGE: image.png ]



Voor elk vermeld geneesmiddel ziet u:

  • Indicatie van de periodiciteit:

Groen met een C: Chronisch
Geel met een A: Acuut (tijdelijk)
Blauw met een N: Indien nodig (ad hoc)
Door met uw muis over deze indicator te hoveren, komen extra details tevoorschijn:

[ IMAGE: image.png ]

  • Naam van het geneesmiddel

  • Posologie: gestructureerde posologie omgevormd naar tekst voor leesbaarheid door de klant of een vrije tekst, getoond zoals ingebracht

U kan het volledig medicatieschema openen door in een van deze lijnen te klikken.
Voor meer uitleg, zie paragraaf 3.2 Medicatieschema.

3.1.4 Interacties

In dit onderdeel ziet u de relevante geneesmiddeleninteracties voor de patiënt. Deze zijn gebaseerd op alle medicatie in het schema en in het GFD van de patiënt. De geneesmiddeleninteracties worden rechtstreeks bij PhiL gecontroleerd.

[ IMAGE: knowledge Aandacht.png ]

Als apotheker heb je een licentie nodig om van Phil gebruik te kunnen maken. Dit dient geregeld te worden met APB

Per interactie ziet u de naam van de twee deelnemende geneesmiddelen en hun oorsprong (

[ IMAGE: image.png ]

Medicatieschema ;

[ IMAGE: image.png ]

Gedeeld Farmaceutisch Dossier).

De interacties worden gegroepeerd per niveau van interactie, met daarbij steeds als de focus op het zwaarste interactieniveau bij het openen van het dossier.


[ IMAGE: rtaImage ]

Door op een interactie te klikken kan u het volledige detail van de interactie terugvinden. Voor meer details hierover verwijzen we u graag door naar sectie 3.2.5 Interacties.

Enkel interacties waarvan het interactieniveau gelijk, of hoger dan het ingestelde niveau is, zullen worden weergegeven. Het niveau kan u configureren door in de header van de pagina te klikken op de naam van de gebruiker en in het menu te kiezen voor Configuratie.

[ IMAGE: rtaImage ]

Vervolgens kies je voor de tegel Instellingen applicatie.

[ IMAGE: rtaImage ]

In het scherm dat zich opent kan u het gewenste interactieniveau selecteren vanaf dewelke meldingen gegeven mogen worden.

[ IMAGE: image.png ]

[ IMAGE: rtaImage ]

Enkel gebruikers met de rol Apotheek manager kunnen de instellingen van de applicatie raadplegen/ wijzigen.



3.1.5. Patiëntgegevens

3.1.5.1. Identificatie

Dit onderdeel geeft een overzicht van de voornaamste patiëntgegevens, zoals beschikbaar in CareConnect Pharmacist.

[ IMAGE: image.png ]



[ IMAGE: image.png ]

- Volgende gegevens van de patiënt zijn zichtbaar:

  • Naam en Voornaam

  • Geboortedatum

  • Taal

  • Telefoonnummer

  • E-mail adres

  • Geslacht

  • INSZ nummer

  • Adres (straat, huisnummer, postcode, gemeente en land)

3.1.5.2. Documenten


In het tabblad Documenten kan u alle documenten terugvinden die werden opgeladen in het dossier van de patiënt.

[ IMAGE: image.png ]


Per document ziet u:

  • Datum en uur wanneer het document werd toegevoegd

  • Type document

  • Auteur: gebruiker die het document heeft toegevoegd

  • Bestandsnaam

Nieuw document

U kan eenvoudig een nieuw document toevoegen door op de knop Nieuw te klikken. In het venster dat zich opent kan u dan het document op uw computer selecteren dat u aan het dossier van de patiënt wenst toe te voegen.

Gelinkt document openen

U kan een gelinkt document openen door op de bestandsnaam te klikken. Het document zal zich dan openen in een nieuw tabblad van uw browser.

U kan het document ook openen door in het actiemenu voor de lijn (rechts achteraan de lijn) de optie Bekijken te kiezen.

Gelinkt document verwijderen

U kan een gelinkt document verwijderen door in het actiemenu voor de lijn (rechts achteraan de lijn) de optie Verwijderen te kiezen.


[ IMAGE: image.png ]

3.1.6. Contactpersonen


[ IMAGE: image.png ]

In het menu contactpersonen kan u zien welke arts de GMD-houder is van de patiënt. Deze gegevens zijn afkomstig van de dienst “MemberData” bij MyCareNet.

[ IMAGE: rtaImage ]

Voor de GMD-houder kan u volgende gegevens zien (indien beschikbaar):

  • Naam van de arts

  • RIZIV nummer

  • Adres

  • Periode voor dewelke de arts de GMD-houder is

3.2. Medicatieschema

Het medicatieschema geeft alle details weer voor alle geneesmiddelen die erin zijn opgenomen voor de patiënt.

U kan het schema openen door in de dossier van de patiënt te klikken op één van de lijnen in het overzicht van het medicatieschema

[ IMAGE: 1.png ]

, of door via de navigatie aan de linkerzijde te klikken op Medicatieschema

[ IMAGE: 2.png ]

.

[ IMAGE: rtaImage ]

3.2.1. Algemene beschrijving

In het gedetailleerd medicatieschema staan alle lijnen gegroepeerd volgens de periodiciteit. U vindt achtereenvolgens de chronische, tijdelijk en indien nodig medicatie. Per periodiciteit staan de geneesmiddelen vervolgens op alfabetische volgorde.


[ IMAGE: image.png ]


Per geneesmiddel wordt de volgende informatie weergegeven:

  • Naam van het geneesmiddel

  • Frequentie van inname

  • De gekende start- en/of einddatum van de medicatie

  • De gekende posologie:

- gestructureerde posologie : de gekende hoeveelheid per inname moment

- vrije tekst posologie: 1 algemeen veld met de ingegeven posologie

  • Indicatie van het geneesmiddel

  • Indicator voor Medication Dispence Rate

3.2.2 Extra functies3.2.2.1. Frequentie

Door met de muis te hoveren over de frequentie krijgt u meer informatie:

[ IMAGE: image.png ]

3.2.2.2. Medication Dispence Rate

Door te hoveren over de indicator krijgt u meer informatie over de grootte:

[ IMAGE: image.png ]

Ook indien de berekening niet kan worden uitgevoerd krijgt u informatie over de achterliggende reden:

[ IMAGE: image.png ]

Door te klikken op de indicator van de medication dispense rate krijgt u het volledige detail te zien. De beschrijving hiervan kan u terugvinden in paragraaf 3.1.2.2 Medication Dispense Rate.

3.2.2.3. Gedetailleerde medicatie informatie

Door op de

[ IMAGE: image.png ]

te klikken naast de naam van het geneesmiddel krijgt u een popup met gedetailleerder informatie.


[ IMAGE: image.png ]


Volgende informatie wordt weergegeven:

  • Een foto van de verpakking

- afkomstig van Medipim

- Toont standaard een afbeelding (indien beschikbaar bij Medipim) van de verpakking. Door op de afbeelding te klikken, zal u alle beschikbare afbeeldingen kunnen raadplegen.

  • CNK code

  • ATC code

  • BCFI categorie

  • Verschillende indicaties van het geneesmiddel zoals gekend in de PhiL databank (vereist een geldige licentie bij APB)

  • Specifieke medicatie informatie (indien beschikbaar bij PhiL – vereist een geldige licentie bij APB) galenische vorm, kleur, vorm en grootte, profiel en deelbaarheid

Als bepaalde informatie over een product niet voorhanden is bij Phil, dan zal dit veldje verborgen zijn in het kader.

3.2.2.4 Externe bronnen

Om u de toegang tot alle relevante gegevens over een bepaald artikel te vergemakkelijken, zijn links naar verschillende externe bronnen beschikbaar.

De links naar de externe bronnen kan u terugvinden via het menu aan de rechterzijde in de artikellijn in het medicatieschema. Volgende bronnen zijn momenteel direct beschikbaar:

  • PhiL

  • Medipim

  • BCFI


[ IMAGE: image.png ]

Door op één van de links te klikken, zal een nieuw venster openen om u naar de pagina van het artikel bij de gewenste bron te leiden.

3.2.2.5. Zoeken in het medicatieschema

Bovenaan het medicatieschema is een zoekbalk waarmee u naar specifieke medicatie kan zoeken in het medicatieschema. Zo kan u op (een deel van) de naam of de indicatie van de geneesmiddelen een opzoeking starten.


[ IMAGE: image.png ]



3.2.2.6. Filters

Verschillende filters zijn beschikbaar om specifieke opzoekingen uit te voeren in het medicatieschema. Om toegang te krijgen tot de filters klikt u bovenaan op de knop Filters.

Standaard wordt er gefilterd om enkel de actieve medicatielijnen op het medicatieschema te tonen.

Filter(s) toevoegen / verwijderen

Er is altijd een optie aanwezig in het scherm om een nieuwe filter toe te voegen. Klik op Filter selecteren om een nieuwe filter toe te voegen.

[ IMAGE: image.png ]


U krijgt dan een lijst van filters die nog niet gekozen zijn. U heeft keuze uit de volgende opties:

  • Periodiciteit: filter om te kiezen voor de periodiciteit van de geneesmiddelen (chronisch, tijdelijk of indien nodig)

  • VOS cluster: filter om op één of meerdere VOS-clusters te selecteren

  • Frequentie: filter om dagelijkse, wekelijkse of maandelijkse medicatie te selecteren

  • Periode van medicatie: filter om op datum van de posologie te gaan selecteren

  • Innamemomenten: filter op specifieke innamemomenten

  • Hoeveelheid: filter op hoeveelheden van de medicatie

- Standaard is dit per afzonderlijk administratie moment

- Om te filteren op de totale hoeveelheid per dag vinkt u de optie ‘’ aan

[ IMAGE: knowledge Aandacht.png ]

U moet uw wijzingen altijd bevestigen met de knop Filter(s) toepassen.

Gebruik de knop Annuleren om het Filters venster te verlaten zonder wijzigingen.

Filter(s) verwijderen

U kan een volledige filter verwijderen door te klikken op het kruisje aan de rechterzijde:

[ IMAGE: image.png ]


Om een geselecteerde optie in een filter te verwijderen klikt u op het kruisje in de optie:

[ IMAGE: image.png ]


Om terug te keren naar de standaard opties voor filters klikt u rechts bovenaan in het scherm met filters op de reset knop:

[ IMAGE: image.png ]



3.2.3. Medicatieschema afdrukken of downloaden

Vanuit het medicatieschema kan u het schema afdrukken en/of downloaden als PDF. Ga hiervoor naar het menu Acties rechts bovenaan en kies voor Afdrukvoorbeeld. Dit zal in een nieuw tabblad een afdrukvoorbeeld laden van de gegevens op dat moment op het scherm.


[ IMAGE: image.png ]


Voorbeeld


[ IMAGE: image.png ]


Vanuit het afdrukvoorbeeld kan u de standaard opties van de browser gebruiken om het schema te downloaden als PDF of af te drukken:

  • Download

    [ IMAGE: 1.png ]

    :
    - Bestandsnaam is standaard: NaamVoornaam_MedicationScheme_YYYYMMDD.pdf

- YYYYMMDD is datum wanneer het voorbeeld werd aangemaakt

  • Print

    [ IMAGE: 2.png ]

    :



[ IMAGE: image.png ]



3.2.4. Medicatieschema delen


Om het medicatieschema in zijn nieuwe layout op een beveiligde manier te delen, kan u gebruik maken de optie Delen in het Acties menu.

[ IMAGE: knowledge Aandacht.png ]

Hiervoor is een geldige HelenaPro licentie vereist


[ IMAGE: image.png ]


Eerst zal u de vraag krijgen met wie u het medicatieschema wil delen:


[ IMAGE: image.png ]


3.2.4.1. Patiënt

Deze optie zal het medicatieschema doorsturen naar de Helena account van de patiënt.

Nadat u op de knop Patiënt heeft geklikt, zal een PDF van het medicatieschema worden verstuurd. U zal bovenaan in het scherm een bevestiging krijgen wanneer de verzending voltooid is.


[ IMAGE: image.png ]



3.4.4.2. Zorgverlener

Deze optie is momenteel nog niet geïmplementeerd en dus gedeactiveerd.

3.2.5. Interacties

Om alle interacties van de medicatie in het schema te raadplegen, gaat u vanuit het medicatieschema naar het actiemenu en kiest u voor de optie Interacties.


[ IMAGE: image.png ]


Zo zullen alle interacties tussen geneesmiddelen (of voedingsstoffen) geladen worden.
Er wordt in dit geval geen rekening gehouden met de configuratie van het niveau van interacties.

3.2.5.1. Lijst van interacties


In de lijst met alle resultaten vindt u een tabblad per niveau van interactie. Per tabblad zijn er twee hoofdonderdelen voorzien, een voor de geneesmiddeleninteracties en een tweede voor de interacties tussen geneesmiddelen en voedingsstoffen.

[ IMAGE: image.png ]


U kan de gewenste sectie maximaliseren door te klikken op het icoontje

[ IMAGE: image.png ]

of

[ IMAGE: image.png ]

, om een lijst te zien van de gedetecteerde interacties.
Per interactie ziet u de interagerende geneesmiddelen (of voedingsstof). In het geval van een interactie met een geneesmiddel krijgt u ook de bron (medicatieschema of GFD) en de CNK van het geneesmiddel te zien.

[ IMAGE: rtaImage ]

Om snel meer relevante informatie te zien voor een interactie kan je klikken op Interactiedetails. Zo krijgt u naast het beknopt farmacologisch effect ook mogelijk maatregelen voor deze interactie te zien evenals de plausabiliteit van het optreden van de interactie.

Wanneer je met de cursor hovert over de naam van het geneesmiddel wordt de naam van het actief bestanddeel dat de besproken interactie veroorzaakt, getoond. Dit is vooral handig bij medicatie die meerdere actieve bestanddelen bevat.

[ IMAGE: rtaImage ]


3.2.5.2. Detail van een interactie

Voor elke interactie kan u het volledige detail van de interactie raadplegen. Het actief bestanddeel dat verantwoordelijk is voor de interactie wordt vermeld onder de naam van het geneesmiddel. Om de details te raadplegen, klikt u op de

[ IMAGE: image.png ]

in de interactiemelding waarna een nieuw venster zich zal openen.

In dit venster ziet u alle secties & subsecties van de interactiedetails die aanwezig zijn bij PhiL. Standaard zijn de secties geminimaliseerd, u kan deze uitklappen door op de gewenste hoofding te klikken

[ IMAGE: rtaImage ]



3.2.5.3. Afdrukken van het detail van een interactieBovenaan het detail van een interactie is een print-icoon aanwezig. Door hier op te klikken start u het proces om een afdruk te maken van de details van de interactie. U zal allereerst gevraagd worden welke onderdelen u wenst af te drukken. Standaard zijn alle onderdelen aangevinkt maar u kan een gewenste sectie (of deel ervan) uitvinken. Door op de knop Afdrukvoorbeeld te klikken gaat u verder en krijgt u in een nieuw tabblad het voorbeeld te zien.

[ IMAGE: image.png ]


Het afdrukvoorbeeld is standaard in de taal van de patiënt en kan momenteel niet gewijzigd worden. U kan het detail afdrukken of opslaan als PDF door gebruik te maken van de standaard opties in uw browser.

3.3. Medicatienazicht

Om een medicatienazicht te starten voor uw patiënt klikt u in het dossier van de patiënt aan de linkerzijde op de knop Medicatienazicht.

[ IMAGE: image.png ]


Dit zal u leiden naar het scherm voor het medicatienazicht uit te voeren.

3.3.1. Algemene informatie

In het scherm zijn twee grote zones:

  • eForm FarmaFlux

    [ IMAGE: 1.png ]

  • Informatie patiënt

    [ IMAGE: 2.png ]


[ IMAGE: image.png ]


De informatie van de patiënt kan u verbergen met de knop rechts bovenaan om zo meer ruimte te geven aan de eForm voor het medicatienazicht te registreren.

3.3.2. eForm FarmaFlux


De eForm van FarmaFlux dient om het medicatienazicht te registeren en het rapport te genereren.
De inhoud hiervan is in het beheer van FarmaFlux zelf. Meer informatie kan u op de website van APB terugvinden in de toolbox Medicatienazicht: https://www.apb.be/nl/my/Geneesmiddelen-en-farmaceutische-zorg/begeleidingsgesprek/GGG-Medicatienazicht/Pages/default.aspx

3.3.3. Informatie patiënt

3.3.3.1. Gegevens patiënt

De sectie Informatie patiënt toont de algemene gegevens van de patiënt om het eerste deel van de eForm gemakkelijk te kunnen vervolledigen.

[ IMAGE: image.png ]


U kan hier volgende informatie terugvinden over de patiënt:

  • Naam

  • INSZ nummer

  • Geboortedatum

  • Leeftijd

  • Geslacht

  • Adres

  • Telefoonnummer

  • E-mail adres

  • Gelinkte pathologiën

  • GMD houder

Indien bepaalde informatie niet beschikbaar of gekend is, zullen deze velden niet zichtbaar zijn.

3.3.3.2. Medicatieschema


De sectie Medicatieschema geeft een samenvatting van het medicatieschema van de patiënt. Zo kan u in de eForm bijvoorbeeld gemakkelijker selecteren welke medicatie mee te nemen voor analyse.


[ IMAGE: image.png ]


Voor elk geneesmiddel krijgt u volgende informatie te zien:

  • Grafische weergave periodicitiet (groen: chronisch; geel: tijdelijk; blauw: indien nodig)

  • CNK & naam van het geneesmiddel

  • Posologie:

  • Vrije tekst posologie: posologie zoals werd ingegeven

  • Gestructureerde posologie: omgezet naar tekst

Door met uw muis op de kolom van periodiciteit te hoveren krijgt u ook de startdatum van de posologie te zien.


[ IMAGE: image.png ]



3.3.3.3. Resultaten analytics

De sectie Resultaten analytics toont de problemen die gedetecteerd werden met de verschillende berekeningen en analyses:

  • Ongeplande medicatie: toont alle afgeleverde medicatie (op basis van GFD) maar die niet in medicatieschema van de patiënt opgenomen is

  • Medication dispense rate: toont alle chronische of acute medicatie waarvoor een MDR berekend kan worden én lager is dan 80%.

  • Klik op het icoon toont het detail van de berekening

  • Overconsumptie: toont alle medicatie waarvoor er meer dan het aantal afgeleverde DDD’s meer dan 2x het normale is voor de berekende periode

  • Klik op de lijn om het detail van de afleveringen te zien

Deze informatie kan u oftewel helpen bij het selecteren van medicatie in de eForm (ongeplande medicatie) of bij het registreren van geneesmiddel gebonden problemen.


[ IMAGE: image.png ]

3.3.3.4. Interacties


De sectie Interacties toont alle gedetecteerde geneesmiddeleninteracties die gelijk aan of groter dan het geconfigureerde niveau voor interactiemeldingen zijn.

De interacties staan gegroepeerd per interactieniveau en de interactieniveaus worden gerangschikt waarbij het hoogste niveau eerst staat.

Voor elke interactie ziet u de twee geneesmiddelen met de plaats van hun vermelding (MS: medicatieschema; GFD: gedeeld farmaceutisch dossier), CNK en naam.


[ IMAGE: rtaImage ]

  • Een klik op een interactie toont u het volledige lijst van de interactie zoals besproken in sectie 3.2.5.1..

  • Door te klikken op Toon alle interacties krijgt u een overzicht van alle interacties voor de patiënt

  • Alle interactieniveau’s

  • Geneesmiddeleninteracties en interacties tussen geneesmiddelen en voedingsstoffen

[ IMAGE: rtaImage ]

Dit overzicht wordt besproken in sectie 3.2.5.1.

  • Door te klikken op de

    [ IMAGE: rtaImage ]

    komt u terecht in het detail van de interacties zoals besproken in sectie 3.2.5.2..

3.3.3.5. Documenten


[ IMAGE: image.png ]



De sectie Documenten toont alle documenten die u aan het dossier van de patiënt heeft gelinkt. U kan van hieruit ook een nieuw document toevoegen.


Gelinkte documenten

U ziet hier een lijst van alle gelinkte documenten. Per document ziet u de datum en tijd wanneer het werd toegevoegd, het type en de bestandsnaam.

Door op de naam van het bestand te klikken zal het gewenste document openen in een nieuw tabblad.


Nieuw document toevoegen

Met behulp van de

[ IMAGE: image.png ]

knop in de documentensectie kan u een nieuw document toevoegen:

Dit zal een drop zone tonen van waaruit u een nieuw document kan toevoegen. Dit kan op twee manieren:

  • Sleep een document naar de zone om het toe te voegen

  • Klik op de zone ( - - - ) om een bestand te selecteren van op uw computer

[ IMAGE: image.png ]



Na de selectie van het bestand kan u het type wijzigen, u heeft keuze uit volgende opties:

[ IMAGE: image.png ]



Nadien klikt u op de knop Opslaan om het document definitief toe te voegen.




4. Tips & Tricks

4.1. Menu minimaliseren

Om plaats te besparen op het scherm kan u het menu aan de linkerzijde minimaliseren. Klik hiervoor op de knop Collapse onderaan. In het geminimaliseerde menu kan u met de knop onderaan het volledige menu terug weergeven.

[ IMAGE: image.png ]

[ IMAGE: image.png ]

In de geminimaliseerde vorm, kan u met de muis hoveren over de menu-items om de betekenis te kennen:

[ IMAGE: image.png ]

Ook voor de infokaart van de patiënt kan u in de geminimaliseerde vorm nog de gegevens raadplegen. Hiervoor dient u met de muis te hoveren op de foto van de patiënt:

[ IMAGE: image.png ]



Dit werkt ook voor de status van de eServices. Klik hiervoor eerst op het icoon en hover daarna met de muis op de foto van de patiënt.


[ IMAGE: rtaImage ]






Was dit een antwoord op uw vraag?