🔗 Source article (Salesforce): Click here
[ IMAGE: image.png ]
Wanneer u op de knop “Patiënten” klikt, komt u terecht in onderstaand scherm met een overzicht van alle patiënten die via Multidose beheerd worden. Rechts kan u patiënten opzoeken op naam of INSZ, instelling of leverlocatie.
[ IMAGE: image.png ]
Via de knop “De-activeer patiënt” kan u een patiënt die u niet meer wenst te beheren via CC Multidose deactiveren. Hierdoor komt deze patiënt niet meer voor op de verschillende lijsten die afgedrukt kunnen worden, terwijl de historiek en pilstock wel bewaard blijven in CC Multidose. Door het vinkje naast “Enkel actieve patiënten” uit te vinken kan u deze patiënten wel nog terugvinden bij een opzoeking.
Wanneer u op de knop “Verwijder patiënt” klikt, wordt deze patiënt definitief verwijderd. Opgelet, eerst dient u de pilstock van deze patiënt voor alle artikelen op 0 zetten. Dit doet u via aanpassen patiëntstock. Is dit niet het geval, dan zal een melding u hierop wijzen.
De knoppen “nieuwe patiënt” en “aanpassen patiënt” zijn alleen beschikbaar wanneer u onder Extra > Opties “Geen verbinding met apotheeksoftware” hebt geselecteerd. Indien er wel verbinding is met apotheeksoftware, dan moeten deze gegevens van daaruit naar CC Multidose worden doorgestuurd.
[ IMAGE: image.png ]
Via de knop “nieuwe patiënt” kan u de gegevens invullen van een nieuwe patiënt (naam, code, kamer, bed, home en dokter) en opslaan. In het vak “Code” moet het INSZ nummer ingevuld worden.
Via de knop “aanpassen patiënt” kan u de gegevens van een bestaande patiënt wijzigen en opslaan. Opgelet, het INSZ nummer kan niet meer gewijzigd worden!
U kan vanuit het scherm “Patiënten” een label afdrukken voor geselecteerde, of alle patiënten. Via de pijltjes kan u ook ineens kiezen om 1 of meerdere labels af te drukken. Indien u belevert in plateau’s, adviseren wij u om een label per patiënt af te drukken, en op de bijhorende plateau te kleven: de barcode moet immers gescand worden tijdens de productie:
[ IMAGE: image.png ]
Op het label staan de naam van de patiënt, kamernummer, wzc en een barcode vermeld.
Wanneer u op “medicatieschema” klikt, komt u in onderstaand scherm terecht. Deze functionaliteit kan u gebruiken wanneer de parameters van CC Multidose staan ingesteld op “beheer medicatieschema: CareConnect Multidose”.
[ IMAGE: image.png ]
U kan producten manueel opzoeken of inscannen. Selecteer de correcte lijn en klik op de knop “Toevoegen”. Vervolgens kan u voor het geselecteerde artikel de posologie ingeven. U geeft de dagen van de week in, het correcte tijdstip, het aantal en de eenheid, en eventueel een start- en einddatum (de startdatum is de eerste dag van toediening voor de eerstvolgende productie). Via de knop “Actief” kan u manueel een specialiteit activeren / deactiveren bij een stopzetting of hervatting van een therapie. Via “Opmerking” kan u een opmerking ingeven omtrent deze patiënt / dit schema. Deze info wordt ook weergegeven bij de afdruk van het productieschema.
Met de knoppen “Print label” (links) en "print doseerlabel" (rechts) kan u onderstaande labels uitprinten. Het gewone label is een identificatielabel om op geneesmiddelenverpakkingen te kleven, zodat u weet aan wie dit toebehoort. De barcode wordt gebruikt op het moment van de productie. De doseerlabels zijn bedoeld voor de identificatie én dosering van specialiteiten die worden afgeleverd in cups of vergelijkbare recipiënten (bv. siropen):
[ IMAGE: image.png ]
TIP: druk in deze fase alvast een voorraad doseerlabels af, dit zorgt ervoor dat u efficiënt kan werken tijdens de effectieve productie.
