HERBEKIJK HIER DE WEBINAR OMTRENT DE TRANSPARANTIEWETGEVING EN HET NIEUW VERBOD OP SUPPLEMENTEN BIJ BEPAALDE CATEGORIEËN VAN PATIËNTEN.
Vanaf nu is het, ongeacht van uw conventiestatus, verplicht om bij elektronische facturatie aanvullende informatie door te geven over prestaties die niet door terugbetaling worden gedekt. In het kader van deze transparantiewet heeft het riziv 9 nieuwe pseudocodes geïntroduceerd. Deze zijn verdeeld over vier categorieën. Ze worden in dit artikel verder toegelicht alsook de praktische uitwerking in CareConnect.
Bij een patiënt met een "Bijkomende Verhoogde Tegemoetkoming" (BVT) is het niet mogelijk om supplementen aan te rekenen. Meer info over BVT.
Categorie 1 : Ereloonsupplementen Van toepassing op gedeeltelijk of niet-geconventioneerde artsen
Artsen die gedeeltelijk of niet geconventioneerd zijn, kunnen deze codes gebruiken om ereloonsupplementen te verantwoorden op terugbetaalbare prestaties. Belangrijk! Het gebruik van deze codes is niet verplicht en bedoeld voor het verzamelen van statistische gegevens. Ze geven geen recht op extra terugbetaling. Overzicht van de codes en hun toepassing:
384075 : Supplement voor professionele meerinspanning.
384090 : Supplement voor kosten die direct verband houden met de prestatie (kleine materialen en verbruiksgoederen tijdens een technische verstrekking, anesthesie, kosten voor desinfectie en sterilisatie).
384112 : Supplement voor indirecte kosten (huur van de praktijk, personeelskosten).
384134 : Supplement zonder specifieke duiding
Praktische toepassing in CareConnect
Als u een ereloonsupplement toepast op een nomenclatuurcode (handmatig of geconfigureerd via praktijkprijzen), kunt u dit verantwoorden door de volgende stappen te volgen:
1.Klik op het potlood icoon die u ziet op niveau van de desbetreffende nomenclatuurcode in de kolom opties.
2.Klik op het tabblad 'supplementen'
3.Kies de verantwoording (code) die past bij de aard van de prestatie (zoals extra intellectuele inspanning, directe kosten of indirecte kosten). U mag hier één of meerdere opties selecteren. Vul vervolgens in omschrijving de benodigde informatie in om het supplement correct te verantwoorden.
4. In het getuigschrift worden de codes die bij elke geselecteerde verantwoording horen toegevoegd. De bijbehorende prestatie wordt daarbij automatisch geregistreerd als een betrekkelijke prestatie.
Categorie 2 : Prestaties die vergoedbaar zijn maar die niet aan de vergoedingsvoorwaarden voldoenVan toepassing op op alle artsen, ongeacht hun conventiestatus
Alle artsen, of ze nu geconventioneerd zijn of niet, zijn verplicht om de pseudocode 384215 te gebruiken bij het factureren van prestaties die normaal vergoedbaar zijn, maar waarbij de patiënt in specifieke gevallen niet voldoet aan de specifieke voorwaarden voor terugbetaling. (Voorbeeld: een pluridisciplinaire geriatrische evaluatie (codenummer 102233) wordt niet vergoed voor een patiënt die jonger is dan 75 jaar, omdat een toepassingsregel voor dat codenummer bepaalt dat de patiënt ouder moet zijn dan 75 jaar. )
Praktische toepassing in CareConnect
Als u een nomenclatuurcode wilt attesteren waarvoor de patiënt geen terugbetaling van de mutualiteit ontvangt: :
1.Klik op het potlood icoon die u ziet op niveau van de desbetreffende nomenclatuurcode in de kolom opties.
2. Ga in het tabblad 'Algemeen'
3. Ga naar het onderdeel 'terugbetaling' en selecteer 'Niet-terugbetaalbaar'.
4. Klik op 'opslaan'
5. De oorspronkelijke code werd nu automatisch vervangen door de pseudocode 384215, waarbij de oorspronkelijke code wordt toegevoegd als gerelateerde prestatie. Het volledige bedrag van de prestatie is ten laste van de patiënt.
Belangrijk! Het is heel cruciaal om zorgvuldig te controleren of het nodig is een prestatie als niet-terugbetaalbaar aan te duiden. De keuze is namelijk onomkeerbaar.
Categorie 3 : Prestaties buiten de nomenclatuur (memocodes)Van toepassing op op alle artsen, ongeacht hun conventiestatus
Artsen, ongeacht of ze geconventioneerd zijn of niet, moeten gebruik maken van de pseudocode 384230 voor het factureren van prestaties die niet in de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen staan, maar die wel een aangetoonde meerwaarde of gelijkwaardigheid hebben ten opzichte van een 'standard of care'.
Praktische toepassing in CareConnect
Indien u een persoonlijke code wil gebruiken die u eerder heeft geregistreerd als memocode in de instellingen van de tarificatie, volg dan deze stappen:
1.Zoek de memocode die u wilt toevoegen en selecteer ze om toe te voegen aan het getuigschrift
=> Meer weten over het aanmaken van eigen memocodes? Bekijk dan dit artikel.
2. De pseudocode 384230 wordt automatisch toegevoegd aan het getuigschrift. Het bedrag en de aanvullende beschrijving komen overeen met wat u heeft geconfigureerd in de memocode.
Categorie 4 : Facturatie van materialen, technieken of instrumentarium die niet in het honorarium van de vergoedbare verstrekking zijn inbegrepenVan toepassing op op alle artsen, ongeacht hun conventiestatus
Met deze codes kunt u extra kosten factureren voor het gebruik van materiaal, techniek of instrumentarium die niet in het ereloon van de vergoedbare verstrekking is inbegrepen en dat niet op een andere manier wordt vergoed door de verzekering voor geneeskundige verzorging. Deze toeslagen kunnen worden toegepast ongeacht de conventiestatus van de arts. (Voorbeeld: in het kader van een heelkundige ingreep wegens cataract wordt een bifocale lens niet vergoed, in tegenstelling tot een monofocale lens.)
384156 : Facturatie van materiaalkosten.
384171 : Facturatie van anesthesiekosten.
384193 : Facturatie van processing-kosten van de verstrekking (voorbeeld: organisatie-of beheerskosten).
Praktische toepassing in CareConnect
Wanneer u toeslagen uit categorie 4 wenst toe te voegen aan een nomenclatuurcode, volgt u deze stappen:
1.Klik op het potlood icoon die u ziet op niveau van de desbetreffende nomenclatuurcode in de kolom opties.
2.Klik op het tabblad 'supplementen'
3.Selecteer de gewenste code uit categorie 4 en vul een aanvullende beschrijving en een bedrag in voor elke geselecteerde pseudocode
4.Klik op opslaan.
5. De gekozen pseudocode uit categorie 4 wordt toegevoegd aan het getuigschrift en automatisch gekoppeld aan de bijhorende prestatie.
Voor meer informatie over de toepassing van de Transparantiewet en de praktische implicaties, raadpleeg de FAQ - Pseudocodes Transparantie gedeeld door het RIZIV. Hier vindt u duidelijke en gedetailleerde antwoorden op enkele van uw vragen.